Menu

Gezinsbehandeling bij jongeren met een eetstoornis (demo)

Gezinsbehandeling bij jongeren met een eetstoornis (demo)

Samenvatting

Eetstoornissen zijn ernstige psychiatrische stoornissen die doorgaans ontstaan in de adolescentie. Een eetstoornis heeft een immense impact op het gezin. Veelal neemt het kind vanuit de eetstoornis de regie over met als gevolg dat de hiërarchie en onderlinge relaties in een gezin verstoord raken. Het is daarom belangrijk de omgeving van het kind nauw te betrekken bij de behandeling.

Leerdoelen

Na het lezen van dit artikel kunt/weet u:

  • waarom het erbij betrekken van het systeem van belang is en de eerstekeus behandeling van een eetstoornis is;
  • handvatten benoemen op welke manier het systeem bij de behandeling van een eetstoornis betrokken kan worden;
  • als verpleegkundig specialist hoe u de gezinsbehandeling kunt coördineren zowel op individueel als groepsniveau;
  • als verpleegkundig specialist uw kennis overdragen over gezinsbehandeling en kunt u de betrokkenheid van de directe collega’s vergroten.

Auteurs

Wendy van der Hulst

Janaïs Chatlein

Saskia Vermeulen

Een eetstoornis heeft een immense impact op het gezin als geheel. Onderzoek wijst uit dat het zorgen voor een naaste met een eetstoornis mentaal belastend is. Het leven van gezinsleden komt steeds meer in het teken te staan van de eetstoornis. Eetstoornissen hebben zeker voor jongeren in de groei een verwoestend effect op de gezondheid en kunnen heel snel heel ernstig worden.

  • Het leven van de jongere kan in gevaar komen, wat bij ouders hevige angst oproept.
  • Patiënten met een eetstoornis zijn in vergelijking met patiënten met andere psychiatrische stoornissen vaak minder gemotiveerd om beter te worden.
  • Iemand met een eetstoornis is vaak bang om aan te komen, wil (verder) afvallen en werkt vanuit de angsten die inherent zijn aan de eetstoornis vaak niet mee in behandeling.

Vanwege de heftige angsten van de jongere om aan te komen in gewicht, is het verzet tegen het eten vaak erg groot. Dat in combinatie met een verslechterende lichamelijke conditie roept bij ouders veel angst en gevoelens van machteloosheid op. Vanuit deze machteloosheid en angst komt het gezin dikwijls vast te zitten in patronen waarmee zij onbewust en ongewild een bijdrage kunnen leveren aan de instandhouding van de symptomen.

Ouders als bondgenoot in de behandeling

Het gezin wordt gezien als een sociaal systeem met adaptieve mechanismen. Deze mechanismen zorgen er over het algemeen voor dat het gezin steeds een balans kan vinden tussen het handhaven van een stabiele situatie en de altijd veranderende behoeften van de individuele gezinsleden. Door een eetstoornis zijn de adaptieve mechanismen verlamd geraakt. Kenmerkend is dat het gezin bang is geworden om heftige reacties op te roepen bij het kind met een eetstoornis, waardoor het gezin vast komt te zitten in patronen die meegaan met de wensen van het zieke kind. Deze wensen houden de eetstoornis in stand, met als gevolg dat de gezinsleden zich hulpeloos en onmachtig voelen om de ontstane situatie te veranderen.
Uit onderzoek blijkt dat het overwinnen van een eetstoornis zeer beangstigend is en dat de patiënt gebaat is bij hulp en steun vanuit de omgeving. Om te zorgen voor voldoende steun, om dicht bij huis te behandelen en om de in stand houdende factoren direct te bewerken, heeft het zeker bij jongeren de voorkeur hun directe omgeving (vaak ouders/ verzorgers) erbij te betrekken en hen bondgenoot te maken in de behandeling. Het gaat om het bundelen van krachten tegen de eetstoornis.

Familiegerichte behandeling

In de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw heerste de opvatting dat het gezin zou bijdragen aan het ontwikkelen van een eetstoornis. Het betrekken van het gezin bij de behandeling van adolescenten met een eetstoornis werd beschouwd als een belemmering voor herstel. Rond de jaren zestig van de vorige eeuw vond er een omslag plaats in de gedachte over de rol van het gezin bij eetstoornissen.
De kinderpsychiater Salvador Minuchin bracht in samenwerking met zijn collega’s het psychosomatisch gezinsmodel onder de aandacht. Op grond van dit model werd gezinsbehandeling geïntroduceerd:

  • gericht op het versterken van het ouderlijk subsysteem; en
  • het veranderen van gezinspatronen die verweven zijn met de eetstoornis.

Minuchin en collega’s ontdekten dat het erbij betrekken van ouders in een vroeg stadium van de behandeling een positieve invloed had op gewichtsherstel. Zo ontstond Family Based Treatment (FBT), een nieuwe vorm van individuele gezinsbehandeling voor AN en BN.
Dare en Eisler hebben in samenwerking met Scholz en Asen een meer intensieve vorm van behandeling ontwikkeld voor adolescenten met AN en BN, waarbij er sprake was van gering herstel na de FBT, de Multiple- Family Day Treatment (MFDT).
De MFDT is afgeleid van het FBT-principe en doet een groot beroep op de eigen middelen en kracht die ouders hebben, maar die ze amper inzetten.
Ouders worden in de MFDT aangemoedigd om te onderzoeken wat de invloed van de eetstoornis is op het gezin en wat er nodig is om uit de impasse te geraken. De therapeut vervult de rol van coach voor het gezin in plaats van kant-en-klare oplossingen aan te dragen. Deze houding moedigt zowel empowerment als autonomie van ouders aan. Het vergroten van empowerment is een belangrijke component in de MFDT.
Anders dan de FBT is de MFDT een familiegerichte groepsbehandeling, waaraan meerdere gezinnen tegelijkertijd deelnemen.
Deze benadering beoogt:

  • dat gezinnen leren van elkaars ervaringen;
  • dat isolatie en stigmatisering worden tegengegaan;
  • dat hoop en steun worden gecreëerd; en
  • dat gezamenlijk gekomen wordt tot nieuwe perspectieven voor herstel.

De behandeldagen zijn intensiever van aard dan bij de FBT.

MFDT in Nederland

De MFDT werd in Nederland aanvankelijk door drs. Sonja Fleminger geïntroduceerd onder de naam ‘Multifamily Therapy’ (MFT) bij het Eetstoorniscentrum Accare te Smilde en Almere. Inmiddels is deze methodiek verder ontwikkeld tot meergezinsdagbehandeling (MGDB) en uitgangspunt voor de behandeling van jongeren bij Rivierduinen Eetstoornissen Ursula, een specialistische behandelsetting voor eetstoornissen, met een landelijke functie en TOPGGz-erkenning.
MGDB is de behandeling van eerste keuze en in alle aanvullende programmaonderdelen (tot en met verblijf op de klinische afdeling) wordt gewerkt vanuit dezelfde uitgangspunten:

  • ouders/verzorgers aan het stuur;
  • niet de verantwoordelijkheid van hen overnemen, maar hen coachen in het begrenzen van de eetstoornis;
  • hun kind coachen richting een gezonde en leeftijdsadequate ontwikkeling.

Het MGDB-behandelprotocol is gebaseerd op groepsdynamische, systemische, cognitief-gedragstherapeutische en pedagogische uitganspunten en is ontwikkeld door drs. Sonja Fleminger en drs. Saskia Vermeulen. MGDB word t bij Eetstoornissen Ursula geïndiceerd bij jongeren die door een eetstoornis ernstig worden bedreigd in hun ontwikkeling. Doorgaans wordt deelname aan de MGDB gezien als het voorkomen van opname.

Het doel van de behandeling is de normale hiërarchische verhoudingen in het gezin te herstellen, zodat de jongere de ontwikkelingstaken passend bij zijn of haar leeftijd weer kan oppakken. Een van de uitgangspunten is dat het gezin wordt gezien als een sociaal systeem met adaptieve mechanismen, die door de eetstoornis verlamd zijn geraakt. Ouders worden door therapie versterkt (empowerment) en de niet-helpende factoren worden doorbroken, zodat zij hun kind thuis verder adequaat kunnen begeleiden en het kind kan herstellen van de eetstoornis.
Empowerment is een centraal concept in de MGDB, net als bij de eerder besproken MFDT. De verantwoordelijkheid voor de opvoeding en begeleiding van het kind blijft nadrukkelijk in handen van de ouders. De behandeling is daardoor meer dan een oudergroep waarin ervaringen worden uitgewisseld. Ouders krijgen handvatten aangereikt om een zero tolerance beleid wat betreft de eetstoornis te voeren, zodat het kind kan herstellen. De opzet waarin de gezinnen met elkaar aan de slag gaan levert onderlinge steun, motivatie, stimulans op en helpt het isolement doorbreken. MGDB biedt een scala aan met name praktische oefeningen, waardoor gezinnen ervaren hoe lotgenoten met dezelfde problemen omgaan en hoe zij zelf hun problemen op een andere manier kunnen aanpakken. Het ter plekke oefenen met eten wordt gezien als een essentieel onderdeel van de MGDB. De groep is de gehele dag bij elkaar. De intensiteit wordt mede bepaald door het moeilijke proces van het doorbreken van disfunctionele patronen. In onderzoek van Scholz en Eisler in 2005 wordt gesteld dat in vergelijking met de FBT, de intensieve periode van de MGDB sneller een beroep doet op de eigen kracht van ouders.

a91.png

Programma meergezinsdagbehandeling

MGDB is een intensief en gefaseerd programma. De behandeling bestaat uit een kennismakingsmiddag en zestien behandeldagen verspreid over zeven maanden. Er is gekozen voor hele behandeldagen, omdat ouders en jongeren zo de kans krijgen ter plekke uitgebreid te oefenen. Van belang is hen duidelijk te maken dat de dagen de ultieme kans bieden om experimenten en uitdagingen aan te gaan.

  • Het programma begint met een drie uur durende kennismaking, waarin therapeuten en deelnemers met elkaar kennismaken en de gezinnen uitgedaagd worden de rationale van de visie zelf te bedenken en zich met elkaar te verbinden, als een team tegen de eetstoornis.
  • Dan volgt de symptoomfase (behandeldag 1 t/m 8), gericht op het
    • terugdringen van al het symptoomgedrag (zoals restrictief eten, eetbuien, compensatoir gedrag);
    • het aanleren van adequate spanningsregulatie;
    • het verbeteren van communicatie in het gezin, mét het erbij betrekken van broers en zussen (op dag 6).
  • Daarna volgt de fase van de in stand houdende factoren (dag 9 t/m 13). Thema’s zijn:
    • cognities;
    • spanning- en emotieregulatie;
    • probleemoplossingsvaardigheden;
    • zelfbeeld/waardering;
    • sociale contacten en autonomie.

Vanzelfsprekend blijft er aandacht voor eetgedrag en andere symptomen van de eetstoornis.

  •  Ten slotte is de terugvalpreventiefase (dag 14 en 15) gericht op het opstellen van een terugvalpreventieplan en op een goede afsluiting van de behandeling.
  • Op dag 16 neemt de groep op eigen wijze afscheid van elkaar.

Houding therapeuten

MGDB vraagt een andere manier van werken dan men meestal gewend is. Het contact en de uitwisseling tussen de gezinnen vormen een belangrijk onderdeel van de behandeling. Het leren van elkaar door erkenning en herkenning staat centraal. De therapeuten werken als katalysator van de groep, uiteraard bieden ze hun kennis en kunde aan, maar ze stimuleren de gezinnen vooral hierover met elkaar in gesprek te gaan, elkaar vragen te stellen, hun eigen mogelijkheden te onderzoeken en met en van elkaar te leren. De houding van de therapeut is actief observerend, ondersteunend en stimulerend en waar nodig wordt stelling genomen. De bedoeling is dat ouders hun zelfvertrouwen hervinden en zich in staat voelen hun kind te helpen weer normaal te gaan functioneren. Om ouders de regie weer te laten nemen helpt het:

  • de regie niet van hen over te nemen; en
  • de eetstoornis van begin af aan te externaliseren, dus de ziekte los te zien van hun kind.

Groepsdynamica

De groepsinteracties gedurende de behandeling zijn van grote waarde. De therapeuten zijn er verantwoordelijk voor dit proces op goede wijze te begeleiden. De groep leert van elkaar en biedt elkaar steun en handvatten. Therapeuten stimuleren groepsleden actief te worden in de behandeling, elkaar te bevragen en praktische en emotionele steun te bieden door zelf steeds achterover te leunen.

Voorbeeld dag en oefeningen

Op dag 2 is er een ‘adoptieopdracht’. De bedoeling is dat elk ouder/ouderstel een ander kind adopteert om de maaltijden van die dag te begeleiden. Het doel van deze opdracht is wisseling van perspectief voor zowel ouders als het kind. Omdat kind en ouders relatief vreemden voor elkaar zijn, maar in eenzelfde situatie verkeren, lukt het hen vaak om in gesprek te komen over allerlei zaken, terwijl dat in de eigen gezinnen al langer niet meer lukt. Ouders stellen hun adoptiekind vragen die ze hun eigen kind niet meer durven stellen en omgekeerd. Een gesprek dat in het eigen gezin niet meer gevoerd wordt kan op gang komen. Ook voelen ouders zich vaak minder kwetsbaar bij een ander kind en ervaren zij een succesmoment in de begeleiding van de eetstoornis. De kinderen ervaren op deze wijze verschillende manieren van begrenzing en begeleiding. Ouders reflecteren daarna op hun eigen handelen door te vergelijken met de anderen.

In de tweede fase staan de gevolgen van een eetstoornis voor het gezin en de communicatie onderling centraal. Op dag 6 nemen broers en zussen deel aan het programma. Onder leiding van de therapeuten is er aandacht voor hun ervaringen, gedachten, gevoelens en positie in het gezin. Op deze dag wordt een persconferentie geënsceneerd. De cliënten wordt gevraagd zich in een expertrol te verplaatsen van waaruit ze over de eetstoornis kunnen praten. De broers en zussen bedenken vragen die ze aan de experts willen gaan stellen. Het doel van deze opdracht is dat de jongeren ervaren dat ze met enige distantie van hun persoonlijke relatie over de algemene eetproblematiek kunnen praten en metacommuniceren.

ROL VAN DE VERPLEEGKUNDIG SPECIALIST
De verpleegkundig specialist GGZ (VS GGZ) heeft de rol van regiebehandelaar in de MGDB.
  • Samen met een systeemtherapeut en sociotherapeut vormt zij het behandelteam voor een groep, daarnaast worden de kinderarts en diëtist erbij betrokken. Voor verdere diagnostiek en gespecialiseerde psychotherapeutische behandeling kan de psychiater of psycholoog geconsulteerd worden.
  • De GGZ VS kan echter een groot gedeelte van deze taken overnemen, te denken valt aan een psychiatrisch consult in het kader van comorbiditeit en het inzetten en vervolgen van farmacotherapie.
  • De GGZ VS coördineert de behandeling en is als regiebehandelaar eindverantwoordelijk voor het proces en resultaat. Zij zal regelmatig met de gezinnen en het behandelteam evalueren en waar nodig bijsturen op proces en inhoud.

Samenvatting

Eetstoornissen zijn ernstige psychiatrische stoornissen met serieuze gevolgen voor jongeren. De ziekte heeft grote impact op de omgeving. Bij jeugdige patiënten heeft de eetstoornis grote invloed op het gezinsleven en -functioneren en de onderlinge relaties. Het is daarom van groot belang de omgeving nauw bij de behandeling te betrekken. Dit artikel begint met een beschrijving van de impact van eetstoornissen op het gezin. Vervolgens wordt belicht hoe in de jaren zestig van de vorige eeuw de gezinsbehandeling is opgekomen en is overgebracht naar Nederland. Ten slotte wordt specifiek ingegaan op de rationale en werkwijze van de meergezinsdagbehandeling van Rivierduinen Eetstoornissen Ursula. In de jaren zestig veranderde de opvatting over de rol van het gezin bij eetstoornissen van negatief naar positief. Eerder werd het erbij betrekken van het gezin als belemmering voor herstel gezien. Tegenwoordig wordt de nadruk gelegd op de gevolgen van de eetstoornis voor de interacties in het gezin. Deze gevolgen worden beïnvloed om een omgeving te creëren waarin de eetstoornis ingeperkt wordt en het kind zich weer op normale wijze kan ontwikkelen.
a92.png

Toelichting

Klik op de knop hieronder om de eindtoets te maken.

  1. Deze toets bestaat uit 7 vragen.
  2. Je hebt nog 3 pogingen over om deze toets te halen.
  3. Een minimale score van 70% is vereist.
  4. Je kunt op ieder moment stoppen en later verder gaan met de toets.
Verklarende woordenlijst
Literatuurlijst
  1. Golden NH, Katzman DK, Kreipe RE, Stevens SL, Sawyer SM, Ress J, et al. Eating disorders in adolescents: position paper of the Society for Adolescent Medicine. Journal of Adolescent Health 2003;33(6):496-503.
  2. Zabala MJ, Macdonald P, Treasure J. Appraisal of caregiving burden, expressed emotion and psychological distress in families of people with eating disorders: a systematic review. European Eating Disorders Review 2009;17(5):338-49.
  3. Eisler I. The empirical and theoretical base of family therapy and multiple family day therapy for adolescent anorexia nervosa. Journal of Family Therapy 2005;27:104-31.
  4. Whitney J, Haigh R, Weinman J, Treasure J. Caring for people with eating disorders: factors associated with psychological distress and negative caregiving appraisals in carers of people with eating disorders. British Journal of Clinical Psychology 2007;46(4):413-28.
  5. Steinglass P. Multiple family discussion groups for patients with chronic medical illness. Families, Systems and Health 1998;16:55-70.
  6. Lock JD, Le Grange D. Ouders als bondgenoot. Help je kind met een eetstoornis volgens de Maudsley-methode. Gorinchem: Ekklesia; 2011. p. 256.
  7. Le Grange D, Eisler I. Family Interventions in Adolescent Anorexia Nervosa. Child and Adolescent Psychiatric Clinics of North America 2009;18(1):159-73.
  8. Le Grange D, Lock J, Loeb K, Nicholls D. Academy for eating disorders position paper: The role of the family in eating disorder. International Journal of Eating Disorders 2012;43(1):1-5.
  9. Minuchin S, Baker L, Rosman BL, Liebman R, Milman L, Todd TC. A conceptual model of psychosomatic illness in children. Family organization and family therapy. Arch Gen Psychiatry 1975;32:1031-8.
  10. Minuchin S, Rosman BL, Baker L. Psychosomatic Families. Cambridge Massachusetts: Harvard University Press; 1978.
  11. Dare C, Eisler I, Russell GFM, Smuzkler G. Family therapy for anorexia nervosa: implications from the results of a controlled trial of family and individual therapy. Journal of Marital and Family Therapy 1990;16:39-57.
  12. Le Grange D. The Maudsley-family based treatment for adolescent anorexia nervosa. World Psychiatry 2005;4(3):142-6.
  13. Eisler I, Dare C, Russell GFM, Smuzkler G, Le Grange D, Dodge E. Family and individual therapy in anorexia nervosa. A 5-year follow-up. Arch GenPsychiatry 1997;54:1025-30.
  14. Dare C, Eisler I. A multi-family group day treatment programme for adolescent eating disorder. Europa Eating Disorders Review 2009;8:4-18.
  15. Scholz M, Asen KE. Multiple family therapy with eating disordered adolescents. European Eating Disorders Review 2001;9:33-42.
  16. Asen E. Multiple family therapy: an overview. Journal of Family Therapy 2002;24:3-16.
  17. Lock JD, Le Grange D. Family treatment of eating disorders. In: Yager J, Power PS (Eds.). Clinical manual of eating disorders. Arlington: American Psychiatric Publishing, Inc; 2007. p. 149-67.
  18. Scholz M, Rix M, Scholz K, Gantchev K, Thömke V. Multiple family therapy for anorexia nervosa: concepts, experiences and results. Journal of Family Therapy 2005;27c:132-41.
  19. Fleminger S, Vermeulen S. MGDB: Meergezinsdagbehandeling voor jongeren met een eetstoornis: een protocol voor de behandeling van anorexia en boulimia nervosa gebaseerd op groepsdynamische, systematische, cognitief-gedragstherapeutische en pedagogische uitgangspunten. Leiden/Voorschoten; 2012. p. 141.
Externe bronnen
Help en toelichting

Beeld bij dit artikel
Leerdoelen

Na het lezen van dit artikel kunt/weet u:

  • waarom het erbij betrekken van het systeem van belang is en de eerstekeus behandeling van een eetstoornis is;
  • handvatten benoemen op welke manier het systeem bij de behandeling van een eetstoornis betrokken kan worden;
  • als verpleegkundig specialist hoe u de gezinsbehandeling kunt coördineren zowel op individueel als groepsniveau;
  • als verpleegkundig specialist uw kennis overdragen over gezinsbehandeling en kunt u de betrokkenheid van de directe collega’s vergroten.
Samenvatting

Eetstoornissen zijn ernstige psychiatrische stoornissen die doorgaans ontstaan in de adolescentie. Een eetstoornis heeft een immense impact op het gezin. Veelal neemt het kind vanuit de eetstoornis de regie over met als gevolg dat de hiërarchie en onderlinge relaties in een gezin verstoord raken. Het is daarom belangrijk de omgeving van het kind nauw te betrekken bij de behandeling.

Auteurs

Wendy van der Hulst

Janaïs Chatlein

Saskia Vermeulen